Historiek

De residentiële bejaardenzorg in Ursel heeft zijn ontstaan te danken aan het fortuin en de vrijgevigheid van Jan-Baptist van de Woestijne van Hansbeke. Deze adellijke grootgrondbezitter nam in 1858 het initiatief om na Hansbeke (1846) en Knesselare (1855) ook in Ursel een klooster te bouwen dat “ten eeuwigen dage” 12 oude mannen, 12 oude vrouwen en 12 weesmeisjes onderkomen en verzorging zou bieden. Voor de uitvoering van dat project deed hij beroep op de zusters Franciscanessen van Gent - Crombeen.

Eind 1860 waren de bouwwerken klaar en werden de eerste bejaarden daadwerkelijk opgenomen. Het complex bestond naast het verblijf van de zusters uit vier inrichtingen: een afdeling voor de mannen, een afdeling voor de vrouwen, een verblijf voor de weesmeisjes met kantschool en een lagere school met twee klassen.

Het weeshuis is intussen verdwenen maar het klooster, de school en het rusthuis zitten na bijna 150 jaar nog altijd letterlijk in elkaar verweven.

Tot in 1987 woonden de meeste bejaarden in   het rusthuis zoals het was gebouwd in 1860, in gemeenschappelijke ruimten met een strikte scheiding der seksen. Gedurende een paar decennia werden op de plaats van het weeshuis enkele individuele kamers ingericht voor “kostkoopsters”, gefortuneerde dames die zelf instonden voor de betaling van hun verblijf. De plaatselijke overste van het klooster was verantwoordelijke voor het hele rusthuis maar elke afdeling had haar eigen zuster die aan het hoofd stond en er het dagelijkse leven regelde. Zij was het die de nodige zorgen gaf en instond voor schoonmaak, was en strijk, naad en dergelijke meer.

De uitbouw van de verzorgingsstaat zorgt er in de jaren ‘60 voor dat de overheid ook voor de residentiële bejaardenzorg regels en normen gaat voorschrijven. In de beginfase gaat de regelgeving vooral over bouwtechnische normen waarbij brandveiligheid de hoofdrol speelt.

Het rusthuis krijgt in 1964 een eerste erkenning onder de benaming “Erkend Sint-Ursula-rustoord voor valide en semi-valide bejaarden, Zusters Frranciscanessen van Gent, Ursel”. De kamers der “kostkoopsters” worden echter afgekeurd omwille van   brandveiligheid, wie er woont kan blijven maar er mogen geen nieuwe bewoners meer bijkomen. Het bejaardentehuis valt dus terug op   de 2 zalen voor respectievelijk 12 mannen en 12 vrouwen. In het naburige Knesselare wordt het rustoord in die periode gesloten, de overblijvende bejaarden verhuizen naar Ursel.

In overeenstemming met de wet van 12 juli 1966 volgt in 1970 een nieuwe erkenning ditmaal onder de benaming “Rusthuis voor bejaarden Sint-Ursula”.

Lees verder >>